|
afgaat. Je kunt hun het zelf uitlaten zoeken, zolang er geen gewonden vallen. Hou altijd een oogje in het zeil zodat je kan ingrijpen wanneer het te ruw wordt.
Als ze om hetzelfde speeltje vechten, kun je een paar dingen doen.
voor afleiding zorgen – hiermee los je het probleem eigenlijk niet op maar het kan op dat moment wel goed werken. Hoe groter ze worden hoe moeilijker het wordt om ze af te leiden omdat ze dan gefixeerd raken evt. op het voorwerp, en kunnen krijsen, krabben, zich op de grond werpen, als ze hun zin niet krijgen.
Creatief omgaan met conflicten om ze in een ander richting te sturen.
Als de kleintjes over hetzelfde speeltje vechten kun je het speeltje afpakken, en ze allebei een alternatieve speeltje geven, je zegt dat je even dat speeltje uit de weg legt en dat als er om iets gevochten word dat geen van beide er mee mag spelen.
Je kunt de dader op de gang zetten en zeggen dat als het hem spijt of als hij weer rustig is hij weer terug mag komen.
Of ze een keuze geven uit een nieuw speeltje.
Erover praten
Soms kunnen kleintjes het zo hardnekkig volhouden, dat het niet werk om ze een ander richting in te sturen. Ze moeten leren om zelfbeheersing te krijgen. Dus leren wachten, Dat ‘nee’ ook echt ‘nee’ betekend, de gevoelens van anderen te respecteren, iemand geen pijn te doen met woorden of hun handjes enz.
Door met ze te praten, kun je ze gehoorzaamheid aanleren wat tijd neemt. Meerling kinderen strijden vaak om hun ouders aandacht, en ook als ze zich dan misdragen – krijgen ze zeker aandacht. Tijdens zulke aanvallen, kan het toe leiden dat jij als ouder gaat schreeuwen of hun een tik geeft. Dit leid dat de ellende alleen langer duurt voor iedereen. Je kunt dan beter je kind proberen te kalmeren, ze even alleen te laten tot de bui over is. En is de bui over, doe dan net alsof er niets is gebeurt.
Ook is het van belang om een rustiger sfeer te creëren voor jezelf en je meerling. Verminder de prikkels, en zet alle geluid uit, geef iedereen wat te drinken, en doe samen wat leuks.
Als de kinderen meer verbaal bedreven zijn, kun je de boosdoener naar jullie gespreks hoekje leiden, en dan vragen wat er is gebeurt, wat ze hebben gedaan, en wat ze gaan doen. Doe dit wel op een rustiger normale toon.
Het doel is dat jij het probleem oplost en dat je kind er wat van leert, maar zich daardoor niet akelig voelt.
|